vrijdag 4 december 2009

Thursday, June 21, 2007 : indéniable, j'ai décidé de ne plus rêver

je suis une blague
je me raconte comme l'arrière d'une feuille d'un calendrier
riez, tirez et me racontez aux tes collègues sur le boulot

je me souviens de ma ridiculité
sophisme après sophisme, ma tête n'accepte pas la raison
ma raison d'être, le sophisme existenciel, mon eau de vie

j'ai soif, sans cesse, merde
Tantale, mon souffreteux préféré, t'as enfin goûté des fruits?
Je te veux, je te veux, je veux te manger mon petit raisin

Je me permets de me promettre qu'un jour vouloir et obtenir seront synonymes


(riez svp)

Friday, June 15, 2007 : Wie tot vijf moet tellen heeft slechts 1 hand nodig

Het lukte Marijke niet haar saus te binden. Waarom was zij het toch altijd voor wie het ongeluk een extraatje in huis had. Waarom kookte ze uberhaupt nog voor iemand die haar lichaam nooit zou strelen met passiestreken en lichte zuchten.

De saus klutste nu over de rand op de inductieplaat. Janos las het rooksignaal en opperde dat een steak natuur ook lekker kan zijn. De hele inhoud van het pannetje ging tegen de vlakte. Marijke schraapte al haar stem bij elkaar en riep bijna onhoorbaar 'Je bent een schurk'. 'Zijn de frietjes al klaar , mijn mooiste schat van de hele wereld?'

'Nu moet je kiezen Janos: of we gaan nu neuken, of ik steek mijn hand bij de frietjes.'

Friday, April 27, 2007 : beste walt, zuigt daar maar eens een puntje aan

vandaag zag ik bambi. Zijn tweehoevige voorpoot ging omhoog en zwaaide van links naar rechts naar links naar rechts naar links. Domme dwaze anachronistische bambi riep ik, gij moogt pas wuiven vanaf 2789 na Christus, hertekalf, komt hier dat ik u schiet en opeet.

Het geweiloos ding lag drie uur later in schone filets op mijn bord en tien minuten daarna niet meer. Zijn kop hangt in de kinderkamer. Dat zal u leren.

Die bambi, dat zijn wij mijn liefste.

Monday, February 19, 2007 : daar heb ik nu geen zicht op

Appels vallen nooit ver van bomen. Appels die van bomen vallen hebben meestal rotte plekken en als ge geluk hebt vindt ge daar ook een worm. Een appelworm. Appelwormen vallen nooit ver van appels.

We zijn allemaal gevallen appels. Als ge geluk hebt raapt een heks je op. Ze vergiftigt je en geeft je aan een schone deerne. Uw worm ligt dood op de grond met een overdosis en gij vindt dat niet erg. Kwaad met kwaad, maar goed. De dove analfabetische deerne bijt uit u een stuk en gij valt op de grond. Kwade appels vallen nooit ver van vergiftigde deernes.

Ge ligt op de grond en ge denkt 'Haha, zo vergaat het mij dus'. En ge hebt spijt van alle dingen die ge niet hebt gedaan. Als ge geluk hebt, hebt ge nog genoeg vruchtvlees over. Een pit springt uit zijn vel en niet veel later zijt ge een kleine boom. Appelbomen groeien nooit ver van gevallen appels.

Maar, vraagt gij u nu af, hoe ver zijt ge nu van uwen valboom?

Monday, February 12, 2007 : een gouden taart

en wat wilt gij voor uw verjaardag?

- doe maar 1 gouden taart

hebt gij daar lang genoeg over nagedacht, over uw kado voor uw verjaardag van mij?

- neen, ik dacht plots, een gouden taart, die heb ik nog niet

ok dan, zei hij

daar staat ge dan met uw gouden taart. foeilelijk maar wel van goud. uw zelfgemaakte sokkel in zwarte laké kreunt een beetje en uw bonzai is jaloers. goud blinkt meer in de zon en Bonzai groeit stiekem nog stiekemer in de schaduw.

ge hebt wat ge niet had en ge voelt u lichtelijk ongemakkelijk. Waarom is het niet gelijk vroeger, maar dan beter?

- ge leeft met een overschot aan verlangens. Verlangen is hoop en hoop is wanorde. Als iemand zegt 'Ik heb nen hoop papieren op mijn bureau', beeldt gij uw schoon gestapelde paketten in uw hoofd in? Neen, een uitgevallen druppel voedsel op de afrikaanse plaat. Hoop is van oude vuile pandora, de allesgeefster, de heks die hansje y zo na had binnengesmikkeld. Ik geef je alles en dan eet ik je op, dat is hoop. Gelijk een taart die ge niet kunt eten en nooit vergaat.

Hoop is altijd een beetje sterven.

Thursday, February 08, 2007 : genie in a bottle

It seems to me happiness is a fluid. One that evaporates quite quickly though if you don't close its recipient. Something like alcohol, pure alcohol.

When born every one of us receives 7 liters of happiness. The jar is kept by our gardian angel. Somehow some people don't seem to have a gardian angel. I'll explain that some other time. So people without gardian angel, don't get the jar. That doesn't mean they live an unhappy life, they're just not happy, they are not able to be happy about the fact they are not unhappy or miserable. The majority of these people likes peas and white beans. Those who don't, eat lots of bread and love running. Some of you may recognize some mistake in my reasoning. How can someone who's disabled for happiness love something? Doesn't love include happiness? Isn't love the big central motor to burn up your happy fluid?

Well yes and no. actually no and yes. You don't need gasoline to have a car. But you won't be able to use it.

byebye, see u soon and sleep well, don't spill your luck.

Tuesday, November 14, 2006 : sigarettentijd

Het is al donker en koud, je trekt de zijdeur van je ouders' bungalow open en wil gaan roken.

Ach neen niet weer, je zet je eerste stap buiten, de plattelandsbries geeft een extra rilling aan je vers toegegroeide schaafwonden. Nog voor je hele lichaam zich in een spasme trekt, is je schedel aan het broezelen. Wat komt er vandaag?

Je besluit dat je er effen geen zin in hebt, je keert terug en trekt de glazen deur van de gesloten haard open. Hier rook ik vandaag. Ach het maakt weinig verschil. Het is niet de lichte ruis van de geraardsbergse steenweg die je hersenen op een ander spoor zet. Zijn het dan de eenzame nachtelijke sigaretten zelf die je geest met drie perrons verruimen?

Die treinen brengen me danig in verwarring. Plots zie ik hoe ik op zes verschillende manieren mijzelf memorabiliseer. Soms grijp ik hard terug naar adolescente verlangens, ervan overtuigd dat ik die verloren dromen alsnog kan waarmaken. Meestal pas ik mezelf in nieuwe verhalen, met hoop vullende mijn toekomst. Vorige week nog werd ik gelauwerd om mijn vernieuwend documentairewerk. Daags daarna leerde ik Oezbeekse kastanjeplukkers Engels aan de hand van mijn vertaald en gebundeld oeuvre.

Daar komt de laatste trek en ik zie ertegen op alle chauffages op twee te zetten, de schilderijverlichting en de schouwlampen te doven. Dat witte glas lege wijn blijft op de salontafel. Mijn opgevouwen was niet. Die moet zes uur later in mijn rolkoffer.

Vannacht raak ik niet in slaap, ik heb te weinig gedronken.